Beantwoording van de schriftelijke vragen betreffende het weghalen van de tekst ‘Gij zult niet doden


Beantwoording van de schriftelijke vragen van de heer drs. R. Sörensen betreffende het weghalen van de tekst ‘Gij zult niet doden’

Aan de Gemeenteraad.

Op 5 november 2004 heeft het lid van uw raad, de heer drs. R. Sörensen (Leefbaar Rotterdam), ons schriftelijke vragen gesteld betreffende het weghalen van de tekst ‘Gij zult niet doden’. De heer Sörensen licht zijn vragen als volgt toe.

“Op donderdag 4 november heeft zich in de Insulindestraat een in de ogen van Leefbaar Rotterdam schandalige gebeurtenis afgespeeld. De kunstenaar Chris Ripken werd gesommeerd door de politie om het gebod ‘Gij zult niet doden’ van zijn gevel te verwijderen en vervolgens is er een journalist gearresteerd. De tekst zou opruiend zijn.
In een artikel in de Volkskrant van 5 november staat dat de wijkagent in kwestie rechtstreeks in opdracht van de burgemeester handelde en dat er een richtlijn van het ministerie van Binnenlandse Zaken bestaat voor ‘dergelijke teksten’.”

In het college van burgemeester en wethouders van 5 november jl. is besloten dat, gelet op het onderwerp, de burgemeester de vragen zal beantwoorden.

Hieronder volgen de vragen, voorzien van mijn antwoord:

Vraag 1:
Is het juist dat de wijkagent in opdracht van de burgemeester handelde?

Vraag 2:
Wat was de concrete aanleiding voor de politie om hier op te treden, is er sprake geweest van een klacht van burgers?

Vraag 3:
Wat is het standpunt van de hoofdcommissaris ten aanzien van dit soort incidenten?

Vraag 4:
Bent u met mij van mening dat het optreden van de politie de vrijheid van meningsuiting heeft beknot?

Vraag 5:
Bent u met mij van mening dat het optreden van de politie de al aanwezige angst bij de burgers aan heeft gewakkerd?

Vraag 6:
Welke maatregelen bent u van plan te nemen om het geschokte vertrouwen van de burgers in de politie te herstellen?

Vraag 7:
Verkondigt wethouder Geluk met z’n opvatting in het Volkskrantartikel dat het hier slechts een ‘incidentje’ betreft de opvatting van het gehele college?

Vraag 8:
Kunt u mij inzicht geven in de richtlijn van het ministerie van Binnenlandse Zaken voor ‘dergelijke teksten’? En zo nee, waarom niet?

Vraag 9:
Kunt u aangeven of het nu ook de bedoeling is kerken af te gaan breken als hun aanwezigheid door sommigen als opruiend wordt ervaren?

Beantwoording van de vragen 1 t/m 9:
Naar aanleiding van de moord op Theo van Gogh op 2 november jl. was er sprake van een grote nationale spanning. Deze bijzondere omstandigheden waren aanleiding om in de politieregio Rotterdam Rijnmond een GBO (Grootschalig Bijzonder Politieoptreden) op te starten met het doel alert te zijn op signalen van maatschappelijke onrust en/of incidenten. Bij de alertheid van de politie is aangegeven dat ook gedacht moet worden aan het bekladden van islamitische objecten en opvallende graffiti.

Op 3 november is rond 08.00 uur bij de politie gemeld dat de moskee aan de Insulindestraat beklad was met de tekst ‘Gij zult niet doden 2/11/2004’. Vanuit het GBO is - op basis van deze informatie - besloten dat de tekst verwijderd diende te worden, teneinde te voorkomen dat personen in de omgeving van de moskee hier aanstoot aan zouden nemen.

Door de buurtagent is ter plaatse geconstateerd dat de tekst niet op de moskee was aangebracht maar op een kunstwerk in de directe omgeving van de moskee. De leidinggevende van de buurtagent bleef op basis van deze informatie van oordeel dat ook dit tot commotie zou kunnen leiden en heeft de opdracht om de tekst te verwijderen gehandhaafd.

Een journalist van Cineac Noord heeft getracht de verwijdering te voorkomen en hierbij filmopnames gemaakt. Omdat de journalist geen gevolg heeft gegeven aan een bevel om zich te verwijderen, is hij door de politie aangehouden. Bij de aanhouding is door de politie opdracht gegeven om de opnames die door Cineac Noord gemaakt waren te wissen.
Het wissen van opnames van Cineac Noord had niet plaats mogen vinden. Ik ben inmiddels hierover met de journalist in contact getreden en heb aangegeven dat er onjuist is gehandeld en hiervoor mijn spijt betuigd.

Op 5 november jl. heb ik een gesprek gehad met de heer en mevrouw Ripken waarin we uitvoerig over deze zaak hebben gesproken.

Naar aanleiding van de rapportage van de korpschef en na het gesprek met de heer en mevrouw Ripken ben ik van oordeel dat het verwijderen van de tekst niet had mogen gebeuren.
De verwijdering van de tekst heeft plaatsgevonden in het perspectief van de hierboven genoemde bijzondere omstandigheden. Bij de afweging tot de opdracht tot verwijdering zijn niet alle nuances op een adequate wijze gewogen. Een nadere afweging door de algemeen commandant van het GBO had tot een ander besluit ten aanzien van de verwijdering van de tekst moeten leiden.
De heer Ripken heeft zorgvuldig overwogen en volledig integer de universele boodschap ‘Gij zult niet doden’ op zijn kunstwerk aangebracht. Dat de verwijdering evenwel heeft plaatsgevonden betreur ik zeer.
Bovenstaande heb ik ook aan de heer en mevrouw Ripken gemeld.
Met hen heb ik afgesproken om eerdaags met alle betrokkenen –waaronder de politie, de waarnemend voorzitter van de deelgemeente Noord, de voorzitter van het moskeebestuur - in alle openheid een gesprek te voeren en deze zaak met elkaar uit te spreken.


De burgemeester van Rotterdam,


I.W. Opstelten

Meest recente schriftelijke vragen

27 februari 2020
Toenemende overlast van Felyx-scooters (n.n.b)
26 februari 2020
Legitimering krakers wooncorporaties (n.n.b)
25 februari 2020
Depotgebouw (n.n.b)
6 februari 2020
Een baby wacht niet (n.n.b)
6 februari 2020
Overlast bestelbusjes Maltaplein (n.n.b)
6 februari 2020
Oversteekplaats Kosboulevard (n.n.b)
6 februari 2020
Ontsluiting Wollefopenweg (n.n.b)

Laatste nieuws